Welkom bij Artikel 7.

De redactie wenst u een aangenaam verblijf en inspirerende inzichten.

De geachte lezer gelieve er rekening mee te houden, dat de inhoud satire kan bevatten en misschien hier en daar een enkele minder lovende kwalificatie. Wie zich daaraan stoort en zich boos maakt wordt verzocht op te staan, bij het open raam 5 keer diep in en uit te ademen, daarna enkele rek- en strekoefeningen te doen en eventueel de hond uit te laten voordat u reageert.

Leden login

Wachtwoord vergeten?

Nog geen lid? Schrijf u in!

Arabieren en Derde Rijk in Israël: de aanloop

Martien Pennings vertaalde een hoofdstuk uit een boek, en vatte er delen van samen, waarin de geschiedenis wordt geschetst van de conflicten tussen Joden en Arabieren in Israël in de aanloop naar WOII. De antisemitische, met de nazi’s samenwerkende grootmufti van Jeruzalem speelde een hoofdrol bij de gewelddadigheden. Lange tekst.


Klaus-Michael Mallmann/Martin Cüppers, „Halbmond und Hakenkreuz. Das Dritte Reich, die Araber und Palästina“,  Darmstadt .2007, 287 pp.

Dit is een ietwat “vrij” uittreksel van het eerste hoofdstuk uit dit boek, getiteld: “Djihad: Der Arabische Kampf gegen die Juden Palästinas”, pp. 11-39. (“Vrij”: waar bijvoorbeeld de auteurs spreken van “Arabische opstandelingen” heb ik het gewoon over terroristen.)

Ik heb nog nooit iets gelezen dat zo duidelijk het concrete verhaal vertelt van wat er in Palestina tussen 1920 en 1940 gebeurde.

___________________________________________________________________

Al onder het militaire bestuur van de Engelsen, nog  voor het voor het mandaat  in 1922 inging, vielen bedoeïenen in 1919 Joodse kolonisten in Galilea aan. In 1920 waren er acht doden bij een overval op Tel Chai, (Tel Hai) in Noord-Palestina.  Eveneens in 1920, bij de zogenaamde Nebi Musa-rellen, vielen vijf doden, 216 gewonden en 18 zwaargewonden. De Arabieren in de stad plunderden onder hevig geweld de Joodse wijken.  Redenaars riepen op  tot aansluiting bij Syrië, waar een familielid van Amin el-Husseini,  de latere Moefti, zich zojuist zich tot koning had uitgeroepen. Het Arabische gepeupel scandeerde “Palestina is ons land, de Joden zijn onze honden!”  en “De regering staat aan onze kant!” Inderdaad waren er hoogstwaarschijnlijk niet toevallig geen Britse troepen in de stad. De pas aangetreden leider van het Mandaatsbestuur,  de liberale Jood Sir Herbert Samuel, drukte In 1921de  benoeming door van Amin el-Husseini tot Moefti (“Beslisser”) van Jeruzalem. Hij hield hem voor een “gematigde man”. Dit ondanks zijn grote aandeel in de terreur van 1920 in Jeruzalem. Als Moefti bekleedde Amin el-Husseini het hoogste islamitische geestelijke ambt. Hij kreeg daarmee de machtspositie om de islam geheel in dienst van zijn Jodenhaat te stellen. Het instrument van de “fatwa”, de bindende religieuze uitspraak, maakte hem tot beslisser in alle rechtskundige aangelegenheden, privé- of publiek.

In dat jaar 1921 vonden nieuwe gewelddaden tegen Joden plaats, omdat onder Arabieren bezwaren leefden tegen het feit dat Herbert Samuel een Jood was. “Startpunt was Jaffa, waar het gepeupel op 1 mei 1921 Joodse winkels en instellingen aanviel; doel was in het bijzonder een immigranten-opvangcentrum, waarin zowel mannen als vrouwen logeerden en vandaar als poel der zonden werd beschouwd. De Arabische politiemannen keken toe, terwijl men zelfs kinderen doodde en menig slachtoffer de schedel spleet.” In de dagen tot 7 mei 1921 werden 47 Joden en 48 Arabieren gedood. (Arabieren werden steeds bijna zonder uitzondering gedood vanwege of onder het plegen van terreurdaden door Britse politie-agenten of militairen.)  De Joden ontvluchtten nu Jaffa, naar een voorstad van Jaffa, Tel-Aviv. Vervolgens kreeg Tel-Aviv in dat jaar 1921 autonomie van de Britse mandaatsmacht.

Op 2 november 1921 trok Arabisch gepeupel opnieuw plunderend en geweld plegend door de oude Joodse wijk van Jeruzalem om te rouwen ter gelegenheid van de verjaardag van de Balfourdeclaratie van 1917. Vijf Joden en drie Arabieren werden gedood, de laatsten door dynamiet aangebracht voor zelfverdediging.  Engeland durfde de schuld aan de moordpartijen niet eenduidig te leggen waar zij thuishoorde, namelijk bij de Arabieren,  omdat ze op de landbrug en rond de waterweg (het Suezkanaal)  naar India zaten, een belangrijk stuk “empire”. Voorts maakten de Engelse media zich erg veel zorgen om de centjes: wat kostte dat allemaal wel niet, die problemen met die Joden? Als die er niet zouden zijn, dan kon er een gewoon koloniaal bewind gevoerd worden. Een decennium later, in de jaren 1930 en tijdens WO II  kwam daar nog bij dat de Arabieren dreigden zich aan te sluiten bij “de As” (Duitsland, Italië, Japan). De Joden, van hun kant, hadden geen andere keus dan achter de Engelsen en de democratieën te gaan staan, want een overwinning van de As-mogendheden betekende uitroeiing van de Joden. Een laatste factor was het antisemitisme bij veel ambtenaren van het Engelse Mandaatsbestuur.

Al op 23 september 1922, dat is dus twee maanden na het verkrijgen door Engeland van de mandaatsopdracht (24 juli 1922 ) stemde de Volkenbond in met een Brits voorstel tot wijziging van het mandaat, namelijk om het gebied ten oosten van de Jordaan, “Trans-Jordanië” geheten, omvattende het huidige Jordanië, uit te sluiten van Joodse vestiging. De Britten hadden het in die twee maanden namelijk  al verkwanseld aan  Abdullah  bin al-Husseini (1882 – 1951), Sherif van Mekka. Dat betekende een onmiddellijke immigratiestop voor Joden voor twee-derde van het gebied.

Terwijl dus overduidelijk was waar het geweld vandaan kwam, werd toch na elk “incident” een Britse commissie ingesteld om de oorzaken te verhelderen. De commissies  adviseerden “steeds het gelijke middel in onderscheiden doseringen: beperking van de Joods immigratie”. De aangevallenen werden dus tot de schuldigen verklaard en het signaal aan de Arabieren was: met geweld tegen de Joden kunnen we de Britten dwingen geen of veel minder Joden toe te laten. Omdat het Britse mandaatsbestuur chanteerbaar bleek, ontwikkelde zich een Arabische strategie die zich ook tegen de Britten richtte. De organen van zelfbestuur en de verkiezingen daarvoor werden door de Arabieren geboycot. Toch ging de immigratie van Joden op beperkte schaal door. In 1932 was het aantal Arabieren in Palestina iets meer dan een miljoen en het aantal Joden nog geen 200.000. Dat was één-vijfde dus van de totale bevolking en gezien het veel hogere geboortecijfer van de Arabieren was er geen enkel gevaar om door een tsunami van Joden verzwolgen te worden. (Dat is nog afgezien van de vraag hoe erg dat geweest zou zijn: de Joden brachten een ongekende welvaart en dynamiek in de regio.) In 1937 leefden er ongeveer anderhalf miljoen mensen in Palestina van wie ongeveer 400.000 Joden. Dat was dus gegroeid tot  iets minder dan één derde van de bevolking. Dat kwam doordat de immigratie vanuit nazi-Duitsland sterk toegenomen was. Maar midden jaren 1930 sloten de Britten de grenzen van Palestina  steeds meer. In 1939 kwamen nog slechts ongeveer 17.000 mensen binnen. Op het moment dat de Joden het meest een toevlucht nodig hadden, verdeelde de wereld zich in landen waaruit de Joden verjaagd werden en waarin ze niet binnen mochten.

Na de laatste gewelddadigheden op 2 september 1921 bleef het relatief rustig tot 1929. In dat jaar 1929 ging het om bewust door de Arabische “elite” opgewekte spanningen bij de Klaagmuur, de heiligste plek voor de Joden en de op twee na heiligste plek voor de Arabieren. Aanleiding was een draagbare en dus tijdelijke scheidingswand  geplaatst tussen biddende Joodse vrouwen en Joodse mannen. Dat was de Arabische moslims teveel en de Britten verwijderden het wandje. In de dagen daarna verspreidde de Mufti het gerucht dat de Joden van plan waren de al-Aqsa-moskee, die bij de Klaagmuur staat, te vernielen om hun tempel op die plek te bouwen. Op 16 augustus 1929, de geboortedag van de Profeet Mohammed, die misschien helemaal niet bestaan heeft, werden de moslims tijdens het vrijdaggebed opgeroepen de “heilige plekken” tegen de Joden te gaan verdedigen want dat de Joden Arabieren aan het afslachten waren. Onder de parolen  “Allah akbar”, “De muur is van ons”  en “Vermoord de Joden”  stroomden zo’n 2000 man naar de Klaagmuur alwaar biddende Joden in elkaar werden geslagen en Thora-rollen verbrand. Op 23 augustus 1929 kwamen duizenden Arabische boeren, bewapend met messen en knuppels, naar Jeruzalem en vielen in de hele stad Joden aan. Diezelfde middag bereikte het gerucht dat Joden in Jeruzalem Arabieren aan het afslachten waren, ook Hebron. Dat waren verzinsels, maar wat volgde in Hebron was geen verzinsel. “De dag daarna vond daar een regelrechte massamoord plaats. 67 Joden werden gedood, daaronder een dozijn vrouwen en en drie kinderen jonger dan vijf jaar. Ook in Jeruzalem gingen intussen de gewelddadigheden  verder en verspreidden zich vervolgens  over het hele land. Zes kibboetsen werden volledig verwoest; Arabieren probeerden zelfs Tel Aviv [toen nog een autonome kleine Joodse voorstad van Jaffa] te overvallen en vermoordden op 30 augustus 20 Joden in Safed.” Het was een keerpunt in de verhouding tussen Joden en Arabieren. Het idee van vreedzaam naast elkaar leven “bleek van toen af aan een illusie”.

De Mufti werd veroordeeld voor zijn rol in de moorddadige rellen. Voor een Britse onderzoekscommissie vergeleek de Mufti het Britse Lagerhuis met “een Raad van de Wijzen van Zion”. In 1929 bleek de Mufti  geslaagd in “een islamisering van het conflict ( . . .) Arabisch nationalisme, antisemitisme en islamisme gingen sindsdien samen in een nauwelijks nog te scheiden symbiose.” Het internationale communisme zag bij monde van de Komintern veel progressiefs en revolutionairs in de “religieus” geïnspireerde moordpartijen: de kleine door Joden gedomineerde communistische partij van Palestina, zou niet gemerkt hebben. Aldus de Komintern “dat het religieuze nationale conflict omslaat in een algemene , anti-imperialistische  boerenactie” en eiste Arabisering van de partij.” [Aha! De Hegeliaans-Marxistische “kwalitatieve omslag”!] De Joodse minderheid kreeg de rol van “imperialistische agent van de onderdrukking”  en de moordpartijen van de Arabieren die van “nationale bevrijdingsbeweging”.  “Daarmee had el-Husseini [de Moefti] onverhoopt een trouwe partner gevonden en de Sovjet-Unie een politiek jargon voor decennia.”

Op 13 oktober 1933  brak een algemene staking – (de eerste, in 1936 zou een tweede volgen, die nog gewelddadiger was) – onder de Arabieren uit, gericht tegen de immigratie van Joden. Bij de gewelddadige demonstraties werden voor het eerst ook op grotere schaal vuurwapens en dynamiet gebruikt. De Britse politie trad nu beslist op: er werden 27 Arabieren neergeschoten die Britten aangevallen hadden. Januari 1935 gaf de Moefti, die het oppergezag in religieuze zaken in Palestina bezat, een “fatwa”  uit. Hij beriep zich op de koran en dreigde met het weigeren van een islamitische begrafenis voor wie land aan Joden verkocht. Kort daarop volgde de stichting van een soort toezichtsorgaan van islamitische “rechtsgeleerden”, de “Centrale Raad ter bevordering van het Goede en de verhindering van het Verwerpelijke”. Niet alleen moest die Raad op de landverkopen letten, maar ook op islamitische kleding, ongeoorloofd samenzijn van mannen en vrouwen, alsook literatuur, film en theater censureren. In de jaren 1930 ontstonden ook Arabische politieke partijen in Palestina, die boven de clan-structuren uitgingen, die op details van mening verschilden, maar allen een Arabische staat wensten en tegen de immigratie van Joden waren.

In 1935 was een zekere Izz al-din al-Qassam leider van een bende jonge islamitische radicalen. In dat jaar besloot hij dat het tijd was voor de Jihad, de heilige oorlog tegen Joden en Britten en trok met zijn groep de bergen in. Nadat hij een Joodse politieman had vermoord werd hij door een Britse patrouille doodgeschoten. Zijn begrafenis groeide uit tot een enorme demonstratie van Arabisch nationalisme en islamisme. Zijn graf werd tot een bedevaartsoord. Vandaag de dag noemt Hamas nog steeds de raketten die deze terreurbeweging in willekeur op Israël afschiet  “Qassam-raketten.

Het tijdstip van wat men de “eerste Intifada” zou kunnen noemen, “de Grote Arabische Opstand” (1936 – 1939) was goed gekozen: groeiende Joden-haat onder de Arabieren in Palestina en Duitsland en de opkomst van Duitsland  plus Japan als vijanden van de Engelsen en de westerse democratieën.  De aanleiding tot de “opstand” was iets dat eigenlijk voortdurend voorkwam: op 1 april 1936 vermoordden twee Arabieren twee Joden en als vergelding werden in de nacht daarop twee Arabieren door Joden vermoord. Op 19 april werden 9 Joden gedood. De 25ste april 1936 werd bekend dat alle zes pas ontstane Arabische politieke partijen zich hadden aaneengesloten tot een ‘”Arabisch Hoog Comité”  dat opriep tot een algemene staking, met als eisen: directe stop op immigratie van Joden, verbod op landverkoop aan Joden en vorming van een Arabische regering. De staking sloeg snel om in een gewapende opstand over heel Palestina die niet alleen tegen de Joden maar ook tegen de Britten was gericht. Islamitische gezagsdragers riepen overal op zich bij de opstand aan te sluiten. “Burgermilities schoten vanaf strategische punten op patrouilles, voorbijgangers en auto’s. Britse politiebureaus werden bestormd, telefoon- en telegraafleidingen werden afgesneden, straten en spoorrails door mijnen verwoest. De Arabieren vielen Joodse nederzettingen aan, verwoestten hun velden en plantages, velden fruitbomen en slachten het vee af. De boerenbendes kregen al gauw versterking door guerillero’s uit Syrië en Irak, die onder de rebellenleider Fauzi el-Kawukschi in Palestina actief werden.”

Toen deze “algemene staking” (25 april tot 12 oktober1936) eindigde, waren er honderden doden en meer dan duizend gewonden gevallen. Maar het “Arabisch Hoog Comité” werd niet ontbonden en de positie van de Moefti bleef onaangetast. Er kwam een relatieve rust, maar verspreide gewelddaden bleven gepleegd worden. Van de  Arabische politie viel voor de Joden geen enkele bescherming te verwachten, omdat ze dan door de terroristen van collaboratie en verraad  beschuldig werden. Het “Hoge Arabische Comité” verklaarde, dat als eenmaal de Engelsen weg zouden zijn “we alle Joden in een enkele stormloop de zee injagen.” Dat betekende natuurlijk: genocide. Ook de Moefti persoonlijk maakte in gesprekken met William Robert Peel, voorzitter van de nieuwste onderzoekscommissie die de Britten hadden samengesteld , toespelingen op massamoord. Als zestig miljoen Duitsers de aanwezigheid van 600.000 Joden niet konden verdragen, aldus de Moeftii, hoe kon men dan verwachten dat de Palestijnse Arabieren 400.000 Joden in een veel kleiner land wel konden verdragen? De commissie Peel besloot in 1937 dat Arabieren en Joden niet konden integreren en dat er twee aparte staten moesten komen. Probleem was alleen dat er in de geplande Joodse staat naast een kwart miljoen Joden ook een kleine kwart miljoen Arabieren zouden leven. Voorts  bevonden zich een heleboel Joodse enclaves in het gedeelte van Palestina  dat Arabisch zou worden. Een bevolkingsuitruil werd door de Britten als te rigoureus van de hand gewezen. Het Zionisten-congres van 20 augustus 1937 stemde toe, omdat er geen andere keus was. Maar het “Arabisch Hoog Comité” wees het plan totaal af, zeggende dat men niet moest doen alsof er twee partijen met gelijk recht in Palestina waren.

Van 9 tot 10 september 1937 vond een “pan-Arabische conferentie” in Budan plaats waar nieuw geweld werd aangekondigd en waar gewaarschuwd werd dat de Britten moesten kiezen tussen hun vriendschap voor de Arabieren en voor de Joden, want dat de Arabieren zich anders zouden verbinden met de Duitsers. (Een jaar later werd die bedreiging op een conferentie van Caïro herhaald.)

Op 26 september werd Lewis Andrews, een hoge Britse beambte, door Arabieren vermoord. Nu werd het “Arabisch Hoog Comité” ontbonden en de leiders verbannen. Behalve de Moefti die zich in de al-Aqsah-moskee verborg. De Britten dorsten er niet binnen te dringen. Op 12 oktober 1937 wist hij te vluchten en in Libanon richtte hij nieuwe commandostructuren op. De Fransen  lieten hem begaan onder het motto: dat zijn onzen zaken niet. Het geweld en het dodental namen nu sterk toe. Verkoolde resten van autobussen en auto’s, waarin velen door bommen of in de vlammen waren omgekomen, werd een vertrouwd beeld in de straten van de steden van Palestina. Aanslagen, ook met vuurwapens, werden vaak op klaarlichte dag gepleegd. Het waren vaak Arabische vrouwen of kinderen die het wapen op het laatste moment aan de aanslagpleger overhandigden en die het ook weer meenamen na gedane arbeid. Kinderen konden gemakkelijk wegkomen en vrouwen, die de geweren onder hun kleren verborgen, dorst de politie niet te fouilleren.

In november1938 kwam een “witboek” uit van alweer een Engelse onderzoeks-commissie, deze keer onder leiding van John Woodhead, waarin het delingsplan van Peel als onuitvoerbaar werd afgewezen. De regering Chamberlain streefde niet alleen appeasement met nazi-Duitsland na, want ook inzake Palestina verklaarde deze regering  dat de vrede alleen bereikt kon worden door een overeenkomst tussen Joden en Arabieren. Dat was een merkwaardige stellingname, want 1938 vormde een nieuw hoogtepunt in de Arabische terreur. De terroristen werden steeds meer baas in het land. Politieposten van de mandaatsregering werden opgeheven omdat het in vele gebieden te gevaarlijk werd. Elke Arabier, van welke stand dan ook, van boer tot koopman tot islamitische geestelijke, die niet precies deed wat de terroristen wilden, liep grote kans vermoord te worden. Dat kon op straat gebeuren, maar men kon ook ontvoerd worden, ook uit de steden en ook op klaarlichte dag, om ergens in de bergen of op het platteland  voor een islamitische revolutionaire “rechtbank” gesleept te worden. Lijken die gevonden werden waren meestal verminkt. Uit naburige Arabische landen mengden zich fanatici bij de terroristen. Er werd voortdurend Joods bouwland en Joodse aanplanting verwoest.

Ondergronds waren sharia-rechtbanken gevormd die beslisten over “fouten” in eigen kring en over het lot van Joodse gegijzelden. De terreur richtte niet alleen tegen de Joden en de Britten, maar vooral ook tegen “verraders” uit eigen kring. Tussen 1936 en 1939 werden 547 Joden en 494 Arabieren gedood door Arabische terreur. Wie van de Arabieren tot enig compromis bereid was met de Engelsen of de Joden, dan wel weigerde de terroristen het geld te geven dat ze vroegen, werd bedreigd en vervolgens,bij volharding, gedood.  Een Arabische ambtenaar die voor de Engelse mandaatsmacht werkte, werd bijvoorbeeld verplicht tot spioneren. Alle mannen werden door de terroristen verplicht dezelfde hoofdbedekking te gaan dragen als de terroristen zelf, de hoofddoek met hoofdband. De “tarbush” [die omgekeerde grote beker] de dracht van de Arabische stedeling, verdween uit het straatbeeld. Niet alleen islamitische vrouwen,  ook christelijke werden gedwongen zich te behoofddoeken en zwaar in de lappen te hullen. Vrouwen die weigerden werden voor “hoer” uitgescholden en een eventuele hoed werd ze van het hoofd getrokken. Terroristenleiders dreigden met straf voor de vrouwen die “volhardden in hun lichtzinnigheid”.

De overeenkomst tussen Chamberlain en Hitler in Oktober 1938, gaf een gevoel van teleurstelling in Palestina. De Britse regering werd, naarmate de Duitse dreiging toenam, ook steeds meer geneigd tot appeasement van de Arabieren, die, nogmaals, op de landbrug naar India zaten en een gevaar voor het Suezkanaal konden vormen. Op 7 februari 1939 zei Chamberlain tegen ministers uit zijn kabinet : “Als we al een bepaalde kant moeten krenken, dan liever de Joden dan de Arabieren.” Op 15 maart 1939 deed de Britse regering een voorstel aan Arabieren en Joden, dat door beide partijen afgewezen werd. Het was dezelfde dag waarop de nazi’s, die eerst in München (1938) het Sudetenland (“Bohemen en Moravië”) uitgeleverd hadden gekregen, de rest van Tsjechië binnen trokken.

Op 17 mei 1939 publiceerde de Britse regering een “witboek” van zijn minister van koloniën Malcolm McDonald. De voorgestelde deling in een Palestijnse en Joodse staat, zoal voorzien in het Peel-plan van 1937, was nu definitief van tafel. De opbouw van het “nationale tehuis”, zoals beloofd in de Balfour-declaratie van 1917, werd voor afgesloten verklaard. De komende vijf jaren, zei het witboek, zouden nog 75.000 Joden naar Palestina mogen immigreren. Daarna zou verdere immigratie van Arabische toestemming afhankelijk zijn. De sleutelzin in het witboek luidde, dat de Britse regering niet van plan was Palestina “tegen de wil van de Arabische bevolking van het land in een Joodse staat te veranderen.” Churchill stemde tegen de aanvaarding van de tekst van het witboek. Voor het eerst werden door Joden in Tel-Aviv Engelse vlaggen verbrand. Maar Weizmann schreef niettemin op 29 augustus 1939 aan Chamberlain: “De Joden staan Groot-Brittannië bij en zullen aan de zijde van de democratieën strijden.”

Tags:

19 Reacties op “ Arabieren en Derde Rijk in Israël: de aanloop ”

  1. [...] Martien Pennings vertaalde een hoofdstuk uit een boek, en vatte er delen van samen, waarin de geschiedenis wordt geschetst van de conflicten tussen Joden en Arabieren in Israël in de aanloop naar WOII. De antisemitische, met de nazi’s samenwerkende grootmufti van Jeruzalem speelde een hoofdrol bij de gewelddadigheden. Lange tekst. Reageren kan bij Artikel7. [...]

  2. barry on 28 juni 2010 at 19:38

    Afgezien van alle lof voor je poging dit onder de aandacht te brengen was
    Faisal die tot koning in Syrië is uitgeroepen dus geen familie van Amin al Husseini. Faisal behoorde tot de hashemieten en was de zoon van Hussein bin Ali de Sharif van Mekka die met steun van de Engelsen tegen de Turken in opstand kwamen.
    later heeft Amin al Husseini de hand gehad in de moord op de broer van Faisal, koning Abdallah van Jordanië

  3. toetssteen on 28 juni 2010 at 19:59

    @Martien Pennings

    Heel, ik herhaal, heel bijzonder! Tot in de puntjes detailleerd.
    Helaas is het wachten op de conspiricy vertegenwoordigers.

    Overigens frappeert het me steeds weer hoe het mogelijk is dat deze zo succesvolle groep mensen keer op keer meent dat men hun begaafdheid ergens weleens zal accepteren. Zozeer zelfs dat een aantal van hun vooraanstaanden zichzelf als schietschijf opstellen om maar geaccepteerd te worden.

    Nog triester is het dat bepaalde stromingen hier in dit land liever de domheid accepteren als leidraad dan te accepteren dat er verder moet worden gewerkt op dat wat de wereld in zijn geheel naar een hoger level kan verheffen.

    Nog erger is het dat lieden die het gevaar levensgroot zien, en er voor waarschuwen, op een irrelevante manier weg worden gezet als onderbuikdenkers.

  4. Maarten on 28 juni 2010 at 23:49

    Martien, waardering en dank voor je werk.
    Kritiek? Ik lees in de vertaling haastwerk. Ik vind dat je als vertaler best punten mag zetten waar ze in de oorspronkelijke tekst niet staan. Vanwege de leesbaarheid. (Zie dit maar als een kanttekening van een collega vertaler die je met alle gemak naast je neer mag leggen als niet ter zake doende.)
    Conclusie, er is een duidelijk antisemitische stroming in Brittanië. Verklaart dat misschien waarom honden niet de bus in mogen?
    En strijden zullen zij! (Behalve Cohen…)

  5. Rijk Daalder on 29 juni 2010 at 15:33

    Grootmufti Hajj Amin al Husseini werd door de Britten WELBEWUST aan de macht geholpen, juist OMDAT hij een anti-semiet was:

    I remind you that Hajj Amin, whom the British pardoned after he organized mass murders of Jews, and whom they then made Mufti of Jerusalem, before making him the head of the Supreme Muslim Council, was “not [even] one of the three candidates for the office” of Mufti. Clearly, then, the British were going quite out of their way, and flexing their every muscle, to transform Arab politics in such a way that those extreme anti-Jewish racists who also attacked fellow Arabs with terrorism ended at the top, and were provided with the vast political, economic, and bureaucratic power needed to mobilize anti-Jewish racism. The point? As we see above, to prevent Arab leaders who wanted to get along with the Zionist Jews from having any influence, thus derailing the Zionist project.

    http://www.hirhome.com/israel/pal_mov4.htm

  6. DSV on 29 juni 2010 at 15:55

    @Rijk Daalder on 29 juni 2010 at 15:33
    De Britten speelden een heel vuile rol in Palestina. Het was de Brit John Glubb, die aan het hoofd stond van het sterkste Arabische leger dat in 1948 de joden de zee in wilde drijven. Waarvoor hij in Engeland een koninklijke onderscheiding kreeg.

  7. verwilderd on 29 juni 2010 at 16:09

    Krijgt Cohen straks ook …de Hamaspenning uitgereikt door Bea

  8. verwilderd on 29 juni 2010 at 16:10

    Moet ze wel , wil ze nog een beetje populair blijven onder ‘t gepeupel

  9. verwilderd on 29 juni 2010 at 16:22

    Wat betreft Israel is het de hoogste tijd voor weer zoiets als in volgend filmpje..Iran’s bevolking is daar veel meer mee geholpen dan boycots die nu weer gaan lopen. Als er een levensgroot gevaar is , is dat Iran wel ….

  10. verwilderd on 29 juni 2010 at 16:31

    Al vinden misschien velen dat Israel ee nillegale staat is , ze is wel democratisch .En juist dat is ‘n zeldzaamheid in die dictatoriaal geregeerde Midden-Oosterse zandbakken en dus ook het verdedigen meer dan waard. Maakt ook niet uit waarmee

  11. vanhetgoor on 30 juni 2010 at 08:00

    Goed stuk! Veel van de genoemde zaken waren bij mij niet bekend, en het is altijd zo dat er dingen afspelen in het verborgene! Onzichtbare machinaties en deals die gesloten worden. Dan is het voor de andere partij steeds weer lastig om daar adequaat en op het juiste moment op te reageren. Als dat al mogelijk is! In dit geval zijn er vele krachten die elk hun eigen doel hebben, sommige mensen en groepen worden gemanipuleerd om hen te laten doen wat een andere een goede ontwikkeling vindt. Veel minder goede politici (het D66-type) uit die tijd zullen het hebben zien gebeuren. Veel politici (PvdA-type) zullen die moed niet hebben gehad, en het verstand hebben ontbeerd (CDA-type?) om er iets tegen te doen.

    Nu in 2010 is het allemaal zichtbaar wat er gebeurd is, maar alleen omdat een persoon zich grondig verdiept in de ontwikkelingen in de maatschappij van voor WW2! Er is één ding dat ieder mens overal en altijd kan doen: niet toegeven aan terreur, geen compromissen met hen die het kwaad willen. Ieder denkend mens moet nu kunnen inzien dat de Arabieren handelden in het oog van hun verachtelijke boekje. Maar een boek van een sekte die elementaire zaken in het leven fout ziet kan over de details nooit correct zijn.
    Ik denk (en dat zeg ik vaker) dat dit hele probleem van de thuiskeer van de joden en de Arabische aversie hiertegen, en alle hatelijkheden alleen maar kan worden opgelost door het opheffen van de islam. Dit klinkt onmogelijk, om een ziekte die zo ver is doorgedrongen tot in de geest van meer dan 600.000.000 mensen weg te halen! (n.b. de helft van die zogenaamde 1,2 miljard moslims is vrouw, en die heeft die feitelijk geen keuze, dus die mogen niet worden meegeteld)

    Als de wereld is verlost van de islam dan moet een miljard mensen naar een heropvoedingskamp, zij moeten de indoctrinatie kwijt! Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. Op dit moment weet ieder mens wel dat alle punten van het islamitische geloof volkomen kolder zijn! Maar omdat het een grote groep is durft men niets te zeggen, bang voor represailles! Toch is dit minder gevaarlijk dan het lijkt. Er is namelijk een hele machtige medestanders in de strijd tegen de islam! En dat is de waarheid, hij wordt geholpen door het gezonde verstand. Tegen die twee kan niet worden gevochten, men kan de waarheid verborgen houden maar eens komt het aan het licht. Men kan mensen dom houden en informatie achter houden, maar eens zal ook in de meest achter gebleven gebieden een mens opstaan die zijn gezonde verstand laat werken. De bestrijding van de islam is een plicht voor ieder denkend mens. Wij, de mensheid in het algemeen, moeten hier mee beginnen voordat het te laat is.

  12. Gielah on 30 juni 2010 at 09:01

    Mijn complimenten @vanhetgoor!
    Met name uw laatste alinea is van een adembenemend waarheidsgehalte.
    Alleen is het jammer, dat de wereld zich nu pas in de neerwaartse beweging heeft begeven en dat het nog vrij lang kan duren, door de bodem van de put bereikt is…. en pas daarná valt er aan herstel en opklimmen te denken.
    Het is de domheid van deze generatie die het ‘em doet.

  13. verwilderd on 30 juni 2010 at 09:42

    Mijn dag is weer goed . Van ‘t goor , dank U

  14. Martien Pennings on 30 juni 2010 at 14:13

    @. Rijk Daalder. Het is verwarrend en ingewikkeld met al die Husseini’s en Hasjemieten en al die verschillende spellingen etc. Maar ik neem zonder meer aan dat je gelijk hebt en ik me vergis.

    Die vuile rol van de Engelsen: Wim Kortenoeven heeft in zijn “De Kern van de Zaak” een speciaal hoofdstuk getiteld: “Verraad met een mandaat”.

  15. Rijk Daalder on 30 juni 2010 at 15:36

    Ik was me er niet eens van bewust, dat het mijn bedoeling zou kunnen zijn geweest, om je te corrigeren.
    Maar het lijkt me wel beter, nu ik het stuk nog eens doorkijk, dat wanneer je de Moefti noemt, er altijd de volledige naam bij te vermelden; men zou anders nog denken dat het om meerdere, of verschillende, Moefties zou kunnen gaan.

  16. toetssteen on 30 juni 2010 at 17:07
  17. barry on 2 juli 2010 at 11:30

    Belangrijk punt van Rijk Daalder met ook de link naar de onvermoeibare Francisco Gil White. De Britten hebben de Mufti willens en wetens de Mufti geïnstalleerd want de Arabische notabelen wilden hem helemaal niet. De Mufti is hun door de Britten door de strot gedrukt. Net als de Geallieerden hem na de oorlog weer naar het Midden Ossten hebben laten ontkomen. Verder vraag ik mij af waar Pennings die kommintern passage vandaan heeft. Want de Mufti maakte de Arabieren ook bang door de zionisten als een soort communistische voorhoede te presenteren.

  18. Martien Pennings on 4 juli 2010 at 08:47

    @Barry. Dit stuk wordt aldus gepresenteerd, zoals je hierboven kunt zien: “Dit is een ietwat “vrij” uittreksel van het eerste hoofdstuk uit dit boek, getiteld: “Djihad: Der Arabische Kampf gegen die Juden Palästinas”, pp. 11-39.” Dan lijkt het me voor de hand te liggen dat het citaat uit dat hoofdstuk komt. Maar ik kan de pagina ook wel geven: 20. En ja, de Zionisten werden door de de Moefti óók gepresenteerd als communisten-bolsjewisten-kapitalisten-christelijke-baby-bloed-drinkers. Kortom geheel in de trant van Hitler en volgens de Protocollen van de Wijzen van Zion. De Joden hadden álles gedaan, Barry, net zoals volgens de Verenigde Nazi’s Israël nog steeds overal schuld aan is. Maar waar het hier om gaat is, dat de Israëlische communistische partij opdracht uit Moskou kreeg om objectief de zwartste reactie te steunen, zoals dat overal gebeurde in Europa. Zo’n stelletje halve garen als die club rond René Danen baseren zich nog steeds op die analyse.

  19. Lucas on 4 juli 2010 at 09:10

    Entartete Kunst is een beruchte Duitse term die tijdens het Derde Rijk in Duitsland (1933-1945) werd gebruikt om daarmee de vermeende ontsporing van de moderne, vooral van de avant-garde kunst aan te geven. Het betekent in het Nederlands “ontaarde kunst”, daarbij refererend aan de door het nationaalsocialistische regime wel esthetisch en moreel juist geachte “Arische” kunst. Het betrof een campagne van de NSDAP om de Duitse kunstwereld onder haar controle brengen, zodat deze voor propagandistische doeleinden van de staat kon worden ingezet.

    The term Entartung (or “degeneracy”) had gained currency in Germany by the late 19th century when the critic and author Max Nordau devised the theory presented in his 1892 book, Entartung. Nordau drew upon the writings of the criminologist Cesare Lombroso, whose The Criminal Man, published in 1876, attempted to prove that there were “born criminals” whose atavistic personality traits could be detected by scientifically measuring abnormal physical characteristics. Nordau developed from this premise a critique of modern art, explained as the work of those so corrupted and enfeebled by modern life that they have lost the self-control needed to produce coherent works. He attacked Aestheticism in English literature and described the mysticism of the Symbolist movement in French literature as a product of mental pathology. Explaining the painterliness of Impressionism as the sign of a diseased visual cortex, he decried modern degeneracy while praising traditional German culture. Despite the fact that Nordau was Jewish and a key figure in the Zionist movement (Lombroso was also Jewish), his theory of artistic degeneracy would be seized upon by German National Socialists during the Weimar Republic as a rallying point for their anti-Semitic and racist demand for Aryan purity in art.

    Max Simon Nordau (July 29, 1849 – January 23, 1923), born Simon Maximilian Südfeld in Pest, Hungary, was a Zionist leader, physician, author, and social critic.

    He was a co-founder of the World Zionist Organization together with Theodor Herzl, and president or vice president of several Zionist congresses.
    Wikipedia

Laat een reactie achter




Rss Feed Tweeter button
UA-15544754-1